Koormuziek » Wilhelmus Cantate


Wilhelmuscantate


 

 
Bezetting:
Koor
Solisten
Orkest bestaande uit hout/koper/strijkers/slagwerk
Vleugel en orgel

 

In de Wilhelmuscantate worden alle coupletten van het Wilhelmus muzikaal uitgebeeld.
Hierbij is de tekst en de sfeer van elk couplet uitgangspunt.
In een aantal coupletten wordt de traditionele melodie gebruikt, of een variatie op die melodie.
De ene keer zal die variatie heel herkenbaar te herleiden zijn naar het origineel, de andere keer zit die meer verstopt.
Er is echter   ook een geheel nieuwe melodie gecomponeerd voor de cantabilegedeelten.
De heer Dolf Lok heeft het Wilhelmus uitvoerig bestudeerd en er een interessant boek over geschreven.
Hij kwam met het idee van deze cantate bij ondergetekende.
Uit zijn zorgvuldig onderzoek blijkt dat het bekende 6e couplet zeer nauwe banden heeft met het Lutherlied. Daarom zijn beide melodieën in een polyfoon samenspel in dit deel met elkaar verweven.
Naast de wat complexere polyfone gedeelten zijn er een aantal   korte   delen, waarin in een marchiale stijl gewag wordt gemaakt van de prins te paard en het wapengekletter dat hierbij hoort.
Het stuk begint met een fanfare als inleiding.
De finale is een soort reprise: een virtuoos spelend orkest laat het fanfaredeel terugkomen. Hier tegenin
zingt het koor de nieuw gecomponeerde melodie, waarna het orkest majesteitelijk   afsluit met de cadens die weer is gebaseerd op de oude melodie. Zo worden traditie en nieuwe initiatieven muzikaal   verbeeld en verenigd.

 

Er is een CD opgenomen van deze Cantate :

 

De uitvoerenden zijn Het Mannenkoor "Halleluja" olv Bert Moll, het "Groot Nationaal Strijkorkest", Harry Hamer orgel, Johan Bredewout piano, Barend Willtjer, tenor en Henk Brouwer, bariton

De cd is getiteld: "Mijn Schild ende betrouwen" bestelnummer : BMM 1304

De opname  is gemaakt  door Wim de Penning (Wipesoft) 

 

Luistervoorbeelden

 

 


Demopartituren


partituur

koor met pianobegeleiding


Uitgebreide toelichting, ook als powerpoint leverbaar


Intrada:

Dit is de instrumentale inleiding op de cantate.


Na de majesteitelijke  trompetsignalen maakt u alvast kennis met enkele thema’s welke in het slotdeel terugkeren.

Couplet 1:

Voor orgel en koor. De orgelpartij is een fuga, een soort van canon, waarin de verschillende stemmen achtereenvolgens inzetten en elkaar imiteren, net als in een canon.
Het koor zingt hier de traditionele melodie van het Wilhelmus doorheen.

Couplet 2 :
U hoort hier een nieuwe melodie op het Wilhelmus

Couplet 3:
Dezelfde nieuwe melodie, maar nu door de sopraan gezongen, met ondersteuning van het koor.

Couplet 4:

Dezelfde melodie, nu weer door het koor gezongen  met een tegenstem van de sopraan.

Couplet 5:

Een ritmische variatie op de traditionele melodie.
Het ritme onderstreept het “ridderlijke:” in de tekst

Couplet 6:

De tekst van couplet 6 is nauw verweven met de tekst van “Een vaste Burcht is onze God”
U hoort de  melodie en tekst van het 6e couplet dwars door die van de tekst en melodie van “Een vaste Burcht is onze God”

Couplet 7:

Vierstemmige koraalzetting

Couplet 8:

De jachtige inleiding anticipeert op de vluchtende David uit het eerste deel  van het couplet.
Het “verhevene” en “koningklijke” in het tweede deel van het vers  hoort u terug in de statige orkestbegeleiding.

Couplet 9 :

Het “zuur” en “zoet” en het “verlangen”  zoals beschreven in de tekst  in de tekst vind u terug in de wendingen in de sopraanmelodie .

Couplet 10

Het overpeinzend karakter van de tekst wordt muzikaal verwoord door een kalme pastorale strijkerspartij

Couplet 11

Het heroïsche van de ruiters te paard wordt in een steigerend galop in de begeleiding uitgebeeld.

Couplet 12

Vierstemmige koraalzetting

 

Couplet 13

Het standvastige uit de tekst wordt uitgebeeld door de zelfverzekerde trompetmotieven.
Zij zetten hier  de toon.

In het tweede deel  van het vers  zingt het koor een gebed.

 

Couplet 14:

Deze tekst is nauw verweven met psalm 23.

U zult in de gezongen melodie het gezang “De Heer is mijn Herder “herkennen, maar dan in een andere maatsoort.

Het geheel ademt een pastorale sfeer met een belangrijke rol voor de 1e violiste als soliste.
 

Couplet 15:

 

Na een heroische inleidng zingt het koor de alternatieve melodie die geïntroduceerd werd in couplet 3.. Hier echter met een virtuoze orkestbegeleiding.

Hierna volgt nog een majestueusse uitleiding door het orkest als slot van de cantate .