Over » Pers


Recensie "Exodus"


klik hier voor de recensie in "de Stentor"door Dick Idema




Recensie Het Nieuw Jeruzalem


Artikel in "de Stentor" 14 maart 2011

Oratorium nieuwe stijl van Johan Bredewout.

Het Nieuw Jeruzalem

  

Lees het hele artikel.




Interview TERDEGE


Lange tijd dacht hij organist te moeten worden maar zijn weg als musicus ging een andere kant op. Johan Bredewout uit het Overijsselse Vollenhove heeft zijn handen vol aan dirigeren, componeren en piano spelen. “Als ik terugkijk, ben ik van de ene in de andere verbazing gevallen”

  

Pianoklanken waaien vanuit de tot studio verbouwde garage naar buiten. Bredewout zit achter zijn "Bösendorfer" te improviseren als de voordeurbel gaat. Met gepaste trots wijst hij naar het glimmend zwarte instrument. ,,Hij staat er nog maar een maand of drie. Ik had nooit ruimte voor een vleugel, maar sinds ik deze studeerkamer heb, gaat het net. 't Is overigens een klein model." Alles in het in lichte kleuren geverfde vertrek verwijst naar muziek: de vleugel, het Johannus-orgel, het keyboard, geluidsapparatuur, kasten vol partituren. Onmisbaar voor een musicus, zo'n domein, beaamt de 49-jarige Bredewout. ,,Ik ben hier heel wat uurtjes per week te vinden." Recent vierde Bredewout zijn 25-jarig jubileum als dirigent van het gemengd koor De Zeeklank in zijn woonplaats Vollenhove. Na afloop van het concert werd hij, tot zíjn grote verrassing, dubbel geëerd: hij kreeg de G. Mol Award, een plaatselijke erepenning, en een koninklijke onderscheiding. Hij blijft er bescheiden onder. Natuurlijk geniet ik van waardering en een compliment, maar er zijn ook momenten dat ik denk: Een ander kan het veel beter. Ik zie geen reden om naast mn schoenen te gaan lopen. Zo ben ik ook niet opgevoed. Ik heb een vader van negentig die nog steeds de bescheidenheid zelve is."

  

Cum laude
Na de middelbare school ging Bredewout naar het conservatorium in Zwolle. Hij studeerde er aanvankelijk alleen orgel, maar pakte de piano er al snel bij als tweede hoofdvak. Uiteindeliik deed hij zelfs eerst examen piano en toen orgel. Dat laatste examen legde hij op het hoogste niveau, uitvoerend musicus, af. Hij slaagde cum laude. Ik had echt het gevoel dat ik organist moest worden. Mijn examenprogramma was zwaar. Er stonden stukken op zoals de grote e-moll van Bach, de koraalfantasie “Wachet auf” van Reger, de Prélude et fugue sur le nom dAlain van Duruflé en de Tanztoccata van Heiller. Dat speelde ik toen allemaal met veel pIezier." Inmiddels raakt Bredewout de grote orgelliteratuur nauwelijks meer aan. Ik heb te weinig tijd om op dit niveau orgel te blijven spelen. Soms krijg ik een uitnodiging voor een concert; dan zet ik weer wat literatuur op de lessenaar. Zodra ik echter pedaal ga studeren, krijg ik last van m'n rug. Bredewout bekent dat hij het wel jammer vindt dat Bach, Reger en andere grote componisten niet meer tot zijn dagelijkse muziekmenu behoren. Als ik zo'n “Wachet auf” van Reger hoor, dan begint het te kriebelen van binnen. Fantastische muziek. Fantastisch!

  

Een van de dingen die in de plaats van het orgelspelen is gekomen, is het componeren van koormuziek. Ik kan het niet laten, moet gewoon muziek schrijven. Tien jaar geleden begon Bredewout met het project "Psalmen ononderbroken", waarbij Hans de Ruiter, dichter en gepensioneerd leraar, zorgde voor de teksten. De eigentijdse bewerkingen van onder meer de Psalmen 23,25,42,43,84 en 150 werden gretig ontvangen, hoewel in reformatorische kring de woorden soms op bezwaren stuitten. Daar werd een mouw aan gepast. Bredewout, inmiddels zijn diverse bewerkingen met de tekst uit de berijming van 1773 leverbaar. Dat is echter niet altijd mogelijk, omdat sommige bewerkingen muzikaal gezien alleen goed tot hun recht komen bij de teksten van De Ruiter. Bredewout wil het psalmenproject opnieuw oppakken door een tweede serie bewerkingen te maken. Er is een grote behoefte aan nieuwe muziek, vooral aan Nederlandstalige, omdat veel koren in christelijke kring het liefst in hun eigen taal zingen.

  

Duo
Naast het psalmenproject is Bredewout de afgelopen jaren bekend geworden door het schrijven van oratoria. Het begon met het kerstoratorium   "Een nieuw begin". Daarna heb ik oratoria geschreven over de schepping en over het leven van Ruth. Dat laatste was een opdracht van het regionaal koor Voices van Jan Quintus Zwart. Het meest recente oratorium van Bredewout gaat over Passie en Pasen en heet "Van liefde ongekend". Het ging in première tijdens het jubileumconcert van de componist met zijn koor De Zeeklank. Bij alle oratoria was Hans de Ruiter de tekstdichter. Bredewout is erg enthousiast over de samenwerking met hem. Ik heb Hans leren kennen als koorlid in Epe, toen ik daar dirigent was. Bij mijn laatste optreden met dat koor stond er een lied met een tekst van hem op de liturgie.

  

Ik vond dat zo mooi, dat ik contact met hem heb gezocht. Wij vormen sinds die tijd een perfect duo. Drie van de vier oratoria heeft Bredewout als eerste met zijn eigen koor De Zeeklank uitgevoerd en op cd opgenomen. Ik vond een poosje geleden eigenlijk dat mijn koor maar eens een jaar geen muziek van Bredewout moest zíngen en heb dat ook gezegd tegen het bestuur. Die opmerking leidde tot het tegenoverge, stelde. Ik kreeg de opdracht om ter gelegenheid van mijn jubileum een nieuw oratorium te schrijven. Dat is "Van liefde ongekend" geworden. Ik heb het met plezier geschreven. Er zit ongelooflijk veel diepte en emotie in het passiegebeuren. Het slot van het paasdeel was aanvankelijk een koraalmatige finale, redelijk rustig. Op verzoek van het koor heb ik het veel feestelijker gemaakt.
De Vollenhovense musicus is alweer met een nieuw werk bezig, deadventscantate "Wachters op de morgen". Ook heeft hij plannen voor een volgend oratorium, Exodus, over de uittocht van het volk IsraêI.

Bredewout heeft geen idee hoeveel uur hij in het schrijven van grote koorwerken steekt. Ik hou dat niet bij, maar het ziin er veel, héél veel. Soms heb ik een spontane inval en vloeien de noten er zo maar uit. Dat is inspiratie. Meestal echter is het gewoon hard werken om de muziek op papier te krijgen; transpiratie dus. Overigens valt mij op dat de spontane invallen vaak de mooiste momenten opleveren in mijn muziek. Zo heb ik in het oratorium over de schepping een Ierse melodie verwerkt, wat ik nog steeds heel mooi vind. Soms hoor ik bij andere fragmenten zelf dat ik er hard op heb ezwoegd. Schaven aan zíjn eigen werk doet Bredewout geregeld. Soms maak ik drie, vier verschillende versies. Vaak kom ik uiteindelijk weer bij de eerste versie uit. Dat blijkt dan toch de beste. Heel af en toe verdwijnt er iets in de prullenbak. Het meest geniet ik als ik op maandagochtend iets arrangeer wat ik dezelfde avond op koor instudeer. Dan is bij wijze van spreken de inkt nog maar net droog.

  

Urkers 

Over koren gesproken: Bredewout is er vier avonden per week druk mee. Naast het gemengd koor De Zeeklank heeft hij een mannenkoor in Emmeloord, een kerkkoor in Apeldoorn, een shantikoor in Vollenhove en een mannenensemble op Urk onder zijn hoede. Dat laatste koor, de North Sea Vocal Band, dirigeer ik sinds kort. Het zijn twaalf min of meer geschoolde zangers die vooral Amerikaanse gospel zíngen. Heel wat anders dan een groot mannen- of gemengd koor, maar echt een uitdaging. En zingen kunnen de Urkers! Veel tijd besteedt Bredewout aan het begeleiden van koren op de piano: bij live-concerten, cd-opnames en voor het tv-programma "Nederland zingt" van de EO. Ik ben er spontaan ingerold. Mijn eerste begeleidingsklussen waren bij koren van Herman Riphagen, zelf een begaafde pianist, die helaas om gezondheidsredenen moest stoppen met spelen en dirigeren. Ik heb nooit les van hem gehad, maar tijdens repetities gaf hij mij veel waardevolle tips. Piano spelen doe ik ontzettend graag. En het is altijd gezellig om met collega-muzikanten samen te werken. Ik zou dit niet graag missen." Een andere wens van Bredewout is het vaker schrijven van muziek voor mannenkoor. Het oratorium "Schepping" heb ik al omgezet voor mannenkoor, maar er is vraag naar meer muziek. De musicus zucht: Er is zoveel te doen, er zijn zoveel mogelijkheden. Ik heb echter ook maar 24uur per etmaal. Ik moet er bij mezelf op letten dat ik gestructureerd werk. Dat kost me best moeite. Ik ben in mijn hoofd een beetje ADHD-achtig. Gelukkig heb ik een vrouw die erg gestructureerd kan werken; zíj coacht mij op dit punt." Het orgelspelen beperkt zich bij Bredewout hoofdzakelijk tot het 's zondags begeleiden van de gemeentezang in de Grote kerk van Vollenhove, waar hij de beschikking heeft over een historisch instrument (twee klavieren en pedaal) in een akoestisch gunstige ruimte. We zingen uit het Liedboek, dus zowel psalmen als gezangen. 's Ochtends zit de kerk met vier- vijfhonderd mensen nog steeds vol. 's Avonds zijn er hooguit zestig bezoekers."

  

De Heer
Als instrumentalist maakte Bredewout een cd, "Con spirito", met bewerkingen van geestelijke liederen op orgel en piano. Graag zou ik nog een keer zoiets doen en dan met organist Harm Hoeve. Wij kennen elkaar al heel lang. Harm zat een paar jaar onder mij op het conservatorium in Zwolle en   registreerde bij mijn examenconcert. Wij voelen elkaar haarfijn aan. Bredewout komt van oorsprong uit een vrij evangelisch gezin en groeide op met het harmonium en de bundel van Johan de Heer. Door zijn huwelijk werd hij hervormd. Ik heb nog altijd een zwak voor Johan de Heer-liederen. Voor de North Sea Vocal Band heb ik een bewerking gemaakt van lied 150   "Welk een Vriend is onze lezus" op twee verschillende melodieën binnen één arrangement: de originele melodie uit "Johan de Heer" en op de wijs van "Sitting at the feet of fesus". Als Bredewout terug kijkt, dan is zijn muzikale loopbaan heel anders verlopen dan hij had verwacht. Ik wilde als jongen al graag de muziek in, kon me eigenlijk niets anders als beroep voorstellen. Tegelijk had ik ook altijd last van de vraag: Kan ik het wel? Vroeger dacht ik: Ik ga echt geen eigen bewerkingen maken, want dat is niks voor mij.  

  

Toch werd ik ervoor gevraagd en toen bleek het nog aardig te lukken ook. Datzelfde geldt voor mijn andere bezigheden in de muziek. Als ik kijk naar wat ik nu allemaal doe, ben ik eigenlijk van de ene in de andere verbazing gevallen. Het is Bredewouts grootste uitdaging om zich muzikaal te blijven ontwikkelen. Ik ben gek op structuur in mijn koorwerken, op muzikale motieven en fragmenten die steeds terugkomen. En ik maak graag iets in bachiaanse stijl. Ik wil proberen dat steeds beter en mooier te doen, hoewel dat tegelijk steeds moeilijker wordt naar mate je meer hebt gecomponeerd. Het gevaar van herhaling ligt op de loer. Bredewout laat zich graag inspireren door muziek van anderen. Ik beluister Bach, Mozart, Beethoven, Schubert, maar ook Engelse koormuziek van componisten als Britten, Bernstein en Rutter. Zoh radioprogramma als "Songs of Praise" vind ik geweldig mooi. Misschien dat ik ook nog eens iets ga doen met die Engelse melodieën. Of Bredewout zich een leven zonder muziek kan voorstellen? Nee, absoluut niet. Muziek heeft me vanaf mijn jeugd geraakt. Vooral de combinatie met religie blijft mij boeien.




artikel "Exodus"


klik hier voor het artikel in "De Stentor"